Praktische gids van De Retro-pot

25 retrospective vragen voor een betere sprint retro

Deze 25 voorbeeldvragen sluiten aan op Ging goed, Kan beter, Vraag en Idee. Gebruik ze als schrijfhulp voor je kaartjes. Kies er een paar die bij deze sprint passen; je hoeft ze niet allemaal te beantwoorden.

Naar de Retro-pot
Voorbeeldvragen
25
Gebruik per retro
5–8 vragen
Duur
45 minuten
Uitkomst
1–3 acties

Zo kies je de juiste vragen

Begin bij het doel

Wil je een succes herhalen, een blokkade begrijpen, samenwerking verbeteren of een experiment evalueren? Kies vooral vragen uit die categorie.

Combineer terugkijken en vooruitkijken

Gebruik vragen over wat er gebeurde én over wat het team in de volgende sprint anders kan proberen.

Vraag naar situaties, niet naar schuld

‘Waar ontstond vertraging?’ opent een onderzoekend gesprek. ‘Wie veroorzaakte vertraging?’ maakt mensen defensief.

Laat ruimte voor stilte

Geef iedereen eerst vijf tot tien minuten om zelfstandig kaartjes te schrijven. Zo krijgt de luidste stem niet automatisch de meeste invloed.

Ging goed

Gebruik deze vragen om successen en behulpzame gewoontes te delen.

  1. Waar zijn we deze sprint het meest trots op?
  2. Welke keuze heeft ons tijd of gedoe bespaard?
  3. Wanneer hielpen we elkaar goed?
  4. Wat ging beter dan verwacht?
  5. Welke afspraak werkte goed?
  6. Wat willen we de volgende sprint behouden?

Kan beter

Beschrijf een concrete situatie die lastig was, zonder iemand de schuld te geven.

  1. Waar liep werk onnodig vast?
  2. Welke overdracht zorgde voor wachttijd?
  3. Welke afspraak was onduidelijk?
  4. Wanneer hadden we te veel tegelijk lopen?
  5. Waar kregen we feedback te laat?
  6. Wat maakte samenwerken moeilijker?

Vraag

Gebruik een Vraag-kaartje voor iets dat je samen wilt uitzoeken of begrijpen.

  1. Wat weten we nu dat we aan het begin van de sprint nog niet wisten?
  2. Hoe bepalen we of een item klaar is voor review?
  3. Wie kunnen we om hulp vragen als werk vastloopt?
  4. Waarom kwam deze taak steeds terug?
  5. Welke informatie missen we voor een goede beslissing?
  6. Wat heeft onze vorige verbeteractie opgeleverd?

Idee

Formuleer je antwoord als een voorstel dat het team kan bespreken.

  1. Welke kleine verandering kunnen we morgen proberen?
  2. Hoe kunnen we eerder feedback ophalen?
  3. Wat zou onze overdracht eenvoudiger maken?
  4. Welke kennis kunnen we met elkaar delen?
  5. Hoe maken we ruimte om reviews op tijd te doen?
  6. Welk experiment willen we één sprint uitproberen?
  7. Hoe kunnen we een werkende afspraak makkelijker volhouden?

Tijdsindeling voor 45 minuten

0–5 min

Kies het gesprek

De facilitator benoemt het doel en selecteert vijf tot acht vragen uit de relevante categorieën.

5–15 min

Schrijf individueel

Iedereen beantwoordt de gekozen vragen met korte kaartjes. Gevoelige input kan zonder auteursnaam.

15–20 min

Lees en prioriteer

Onthul eerst kaartjes en lees ze samen. Daarna kan het team vlammen geven aan onderwerpen die verdere bespreking verdienen.

20–38 min

Vraag door

Bespreek eerst het concrete voorbeeld, daarna de oorzaak die het team kan beïnvloeden en ten slotte een mogelijke verandering.

38–45 min

Maak afspraken

Formuleer één tot drie acties met een eigenaar en een moment waarop het team het effect beoordeelt.

Kort antwoord

Veelgestelde vragen

Hoeveel vragen gebruik je in één retrospective?

Vijf tot acht vragen is meestal genoeg voor 45 minuten. Kies liever enkele gerichte vragen met voldoende bespreektijd dan een lange vragenlijst.

Kun je retrospective vragen anoniem beantwoorden?

Ja. In De Retro-pot kan de schrijver per kaartje de naam verbergen. Dat kan helpen bij gevoelige onderwerpen, maar vervangt geen veilige teamcultuur.

Wat doe je als er weinig antwoorden komen?

Maak de vraag specifieker, geef een voorbeeld van het gewenste detailniveau en laat mensen eerst stil schrijven. Vraag niet direct plenair om reacties.