Begin met een werkwoord
Gebruik bijvoorbeeld plannen, beperken, toevoegen, meten of bespreken. ‘Refinement verbeteren’ is een wens; ‘één voorbeeldscenario toevoegen’ is gedrag.
Praktische gids van De Retro-pot
Uit een Ging goed-, Kan beter-, Vraag- of Idee-kaartje kan een concrete afspraak ontstaan. Niet elk kaartje hoeft een actie te worden. Een goed actiepunt beschrijft daarom niet alleen het probleem, maar de eerstvolgende handeling, een eigenaar en het bewijs dat de stap is gezet.
Schrijf ieder actiepunt als: wie doet wat, wanneer gebeurt de eerste stap en waaraan ziet het team dat die stap klaar is?
Gebruik bijvoorbeeld plannen, beperken, toevoegen, meten of bespreken. ‘Refinement verbeteren’ is een wens; ‘één voorbeeldscenario toevoegen’ is gedrag.
De eigenaar hoeft het werk niet alleen uit te voeren, maar zorgt dat de eerste stap begint en dat het team terugkoppeling krijgt.
Noem een concreet moment binnen de volgende sprint, zoals ‘vóór de refinement van dinsdag’ in plaats van ‘binnenkort’.
Bepaal waaraan het team ziet dat de actie is uitgevoerd en welk signaal laat zien of de verandering helpt.
Nora plaatst vanaf maandag na ieder refinement binnen één uur de genomen besluiten in het sprintkanaal. Bij de volgende retro controleert het team of er minder verduidelijkingsvragen waren.
Sam zet vóór de sprintstart een limiet van twee items op Mee bezig. Het team noteert een week lang wanneer de limiet wordt overschreden.
Imani plant twee weken lang om 15.30 uur een vrijwillig reviewkwartier en verzamelt de gemiddelde wachttijd van pull requests.
De product owner zet iedere donderdag vóór 12.00 uur twee items met acceptatiecriteria klaar voor de refinement van vrijdag.
Selecteer alleen de besproken onderwerpen waarop het team zelf invloed heeft en die de volgende sprint merkbaar kunnen verbeteren.
Herschrijf het retrokaartje als observeerbare handeling. Maak een groot verbeterdoel kleiner als het niet binnen één sprint kan starten.
Laat iemand vrijwillig eigenaar worden. Een toegewezen naam zonder instemming is zelden werkelijk eigenaarschap.
Spreek af wat klaar betekent en wanneer het team de voortgang voor het eerst bekijkt.
Controleer samen of iedereen dezelfde handeling, eigenaar en verwachting heeft gehoord.
Controleer of de actie klein genoeg is en of de eigenaar weet wat de eerste stap is. Maak hem kleiner als hij na enkele dagen nog stil staat.
Noteer geen uitgebreide voortgangsrapporten. Bespreek alleen blokkades waarvoor hulp of een teamkeuze nodig is.
Klaar betekent dat de afgesproken handeling is uitgevoerd. Bespreek apart of het verwachte effect zichtbaar is en of de werkwijze blijft.
Kort antwoord
Eén tot drie is een bruikbare bovengrens. Kies minder wanneer eerdere acties nog lopen of wanneer het team weinig ruimte voor verbetering heeft.
Eén eigenaar bewaakt de voortgang, maar het actiepunt blijft een teamafspraak. De eigenaar hoeft niet al het uitvoerende werk zelf te doen.
Vraag eerst waarom: was het te groot, niet belangrijk genoeg of zonder echte eigenaar? Maak het kleiner, kies opnieuw of verwijder het bewust.